Blog · Etiketten

Barcodes op labels: 1D, 2D en welke code u nodig heeft

Barcodes op labels: 1D, 2D en welke code u nodig heeft

Een barcode die niet scant, houdt een heel proces op. Toch wordt de keuze voor een barcodetype vaak overgelaten aan wat het systeem toevallig aanbiedt. In dit artikel leggen we uit welke soorten er zijn en welke u wanneer gebruikt.

1D en 2D: het verschil

Een 1D-barcode is de klassieke streepjescode: verticale strepen die u van links naar rechts leest. Er past weinig informatie in, meestal een nummer van acht tot twintig tekens.

Een 2D-code slaat informatie op in twee richtingen, in een vierkant patroon. Denk aan de QR-code en de datamatrix. Daar past veel meer in, tot honderden tekens, en de code neemt minder ruimte in.

De gangbare 1D-codes

EAN-13 is de code die u op vrijwel elk product in de winkel ziet. Dertien cijfers, wereldwijd uniek, uitgegeven via GS1. Verkoopt u via retail, dan heeft u die nodig.

EAN-8 is de korte variant voor kleine verpakkingen waar EAN-13 niet op past.

Code 128 is de werkpaardcode in de logistiek. Hij kan cijfers en letters aan en is compact. GS1-128 is de variant die in de logistieke keten wordt gebruikt, onder meer op palletetiketten.

Code 39 is ouder en minder compact, maar nog steeds in gebruik in interne systemen omdat vrijwel elke scanner hem leest.

De gangbare 2D-codes

De QR-code kent iedereen. Hij wordt vooral gebruikt om mensen met een telefoon naar een webpagina te sturen. In productieomgevingen komt hij minder voor.

De datamatrix is de 2D-code van de industrie. Hij is klein, robuust en blijft leesbaar als een deel beschadigd is. In de elektronica, medische techniek en farmacie is dit de standaard, juist omdat hij op een paar millimeter oppervlak past.

Hoe zorgt u dat een barcode scant?

Drie dingen bepalen of een code gelezen wordt: contrast, rustzone en resolutie.

Contrast betekent zwart op wit. Een barcode op een gekleurd of transparant label geeft leesproblemen, zeker bij rood, want veel scanners lezen rood als wit.

De rustzone is de lege witruimte rondom de code. Die is verplicht en moet minstens zo breed zijn als een aantal keer de smalste streep. Een code die tot aan de rand van het label loopt, scant slecht.

Resolutie: print bij kleine codes op 300 dpi in plaats van 203. Een datamatrix van vijf millimeter op 203 dpi wordt onbetrouwbaar.

Waar het in de praktijk misgaat

De meest voorkomende oorzaken van een niet-scanbare code zijn simpel.

De code loopt over een vouw, naad of rand. Het label is vuil, nat of beslagen. De code is met thermisch direct geprint en na maanden vervaagd. Of het printlint past niet bij het labelmateriaal, waardoor de afdruk grijzig is in plaats van zwart.

Print een testlabel en scan het met de scanner die u in de praktijk gebruikt, niet met een telefoon. Dat is de enige echte test.

Wat u nodig heeft

Voor het printen van barcodes heeft u een labelprinter nodig, geschikte labels en, bij codes die lang leesbaar moeten blijven, thermal transfer met het juiste lint.

Voor het lezen heeft u een handscanner nodig. Let daarbij op: een 1D-scanner leest geen 2D-codes. Werkt u met QR of datamatrix, dan heeft u een 2D-scanner nodig.

Meer weten?

Bekijk de handscanners en labelprinters, of vraag advies over uw barcodetoepassing.

Partner worden

Gerelateerde artikelen

Meer kennis over printers, labels en logistieke supplies.

Contact

Stuur ons een bericht

Reactie binnen 2 werkuren onder kantooruren — vaak veel sneller. We routeren je vraag naar de juiste collega op basis van onderwerp.

Op werkdagen antwoord binnen 2 werkuren · we delen je gegevens nooit met derden

Let op Sluiten